#DuurzameEstafette: ‘Klimaatneutraal en circulair werken is gewoon wat je anno 2021 wil doen’

In januari 2021 verscheen het nationaal plan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) ‘Opdrachtgeven met ambitie, inkopen met impact’. Dit is de aanpak vanuit zeven departementen binnen het Rijk, waarmee zij de gezamenlijke inkoopkracht van de Nederlandse overheden (zo’n 85 miljard euro per jaar) beter willen gaan inzetten voor duurzame, circulaire en sociale doelen. Roald Lapperre (directeur-generaal Milieu en Internationaal bij het ministerie van IenW) en Marieke van Wallenburg (directeur-generaal Overheidsorganisatie bij het ministerie van BZK) vertellen ons over hun gezamenlijke drijfveren én verantwoordelijkheid op dit thema.

#DuurzameEstafette: ‘Klimaatneutraal en circulair werken is gewoon wat je anno 2021 wil doen’

Het nationale MVI-programma omvat de aanpak om komende jaren nog méér overheidsinkoop in te zetten om CO2-uitstoot, milieu-impact en grondstoffengebruik terug te dringen, om een inclusieve arbeidsmarkt te realiseren en om misstanden voor mens en milieu aan te pakken in internationale ketens. In het plan zijn vier zaken belangrijk:1.    Meer verantwoordelijkheid voor opdrachtgevers en het dagelijks beleid2.    Strategisch inzetten op kansrijke productcategorieën met o.a. buyer groups3.    Minder vrijblijvendheid rond de duurzame doelen4.    Een integrale aanpak, door MVI-thema’s met elkaar te verbinden en opdrachtgevers en inkopers samen te laten bepalen welke thema’s voor hen relevant zijn.

Waarom is dit plan zo belangrijk?

“Je moet niet vergeten: de Rijksoverheid is maar een deel van de Nederlandse overheid. Gezamenlijk inkopen maakt enorme impact. Het is daarom belangrijk om ervaringen en voorbeelden met elkaar te delen. Dit plan is een stimulans voor alle overheden om de komende vijf jaar verantwoord in te kopen,” vertelt Roald. Samen met de ministeries van BZK, EZK, BuZa, SZW, OCW en LNV werkte hij aan het nationaal MVI-plan. Marieke benadrukt: “De gedachte dat duurzaam en sociaal inkopen alleen ‘van de inkooporganisaties’ is, klopt niet. Want het opdrachtgeverschap zit bij de grote budgethouders. En juist bij het formuleren van een goede opdracht worden de grote keuzes gemaakt die bepalend zijn hoe duurzaam een inkoop is. De benadering om inkopers én opdrachtgevers duurzamer te laten denken en werken is dus cruciaal. Om de rol van die opdrachtgevers te versterken, moet duurzaam inkopen ‘chefsache’ worden. Dat begint aan de bestuurstafel.”

Naast de interne samenwerking (tussen opdrachtgevers en inkopers) kan ook de samenwerking tussen overheden nog veel extra impact brengen. Bijvoorbeeld door te werken met buyer groups, zoals voor ICT, voor textiel, in de bouw en in de gww-sector. “Hierin werken inkopers en opdrachtgevers van verschillende overheden samen voor een bepaalde productgroep, en bepaalde markt” vertelt Marieke. “Dat gaat om ongelooflijk veel impact.” 

Duurzamer werken speelt dus ook volop bij andere overheden. Roald: “Zo zijn waterschappen bezig om rioolwaterzuiveringsinstallaties als grondstoffenfabriek te gebruiken. Er zit namelijk enorm veel waardevol materiaal in rioolwater, terwijl dat voor kort gezien werd als afval. Ook ziekenhuizen halen grondstoffen uit hun afval. En steeds meer gemeenten en provincies voeren inkoopprojecten uit met ambitieuze maatschappelijke doelen. We hopen dat dit MVI-plan een platform biedt om kennis en ervaringen uit te wisselen, zodat niet iedereen het wiel opnieuw hoeft uit te vinden. Zeker voor kleinere organisaties.” Marieke wijst er nog eens op dat verschillende overheidslagen in veel gevallen al samenwerken, bijvoorbeeld in de Haagse Hub

Is de cultuur en drive rond duurzaamheid veranderd?

Marieke: “Zeker. We hebben met de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst (ICBR) afgesproken: we moeten meer doen dan alleen roepen dat duurzaamheid zo belangrijk is. Daarom zijn de CO2-prestatieladder-certificering én het maken van een duurzaamheidsplan voor elk departement nu verplicht. Op deze beslisserstafels geven we duurzaamheid dus de urgentie die het nodig heeft. Daarmee versterken we de positie van inkoop als een krachtig instrument om de duurzame ambitie van de departementen te realiseren.” 

“Het gaat verder dan inkoop: hoe vul je dit langjarig in projecten in, zodat duurzaamheid een standaardonderdeel wordt van je denken?” – Roald Lapperre

Ook Roald ziet verandering in de intrinsieke motivatie van mensen om de organisatie duurzamer te maken. “Binnen IenW hebben wij als bestuursraad gezegd: we moeten duurzaamheid en circulariteit in elke opdracht en elk traject vanaf het begin meenemen. Dat gaat verder dan inkoop: hoe vul je dit langjarig in projecten in, zodat duurzaamheid een standaardonderdeel wordt van je denken? Mensen zijn er goed van doordrongen dat dit het nieuwe normaal is. De opmerking ‘ja, maar dan is er wel extra geld voor nodig’ hoor ik al jaren niet meer. Je moet creatief zijn, klimaatneutraal en circulair werken is gewoon wat je anno 2022 wil doen.”

Is financiering dan een struikelblok?

Marieke vindt dat als je niet oppast, financiering als een onnodig belemmerende factor kan werken. “Als je onze inkoopkracht vanaf het ontwerp slim en goed inzet, kun je voor elke euro veel extra teweeg brengen. Daarnaast kan circulariteit ook geld opleveren. Denk aan hergebruik en een langere levensduur van bijvoorbeeld kantoorvoorzieningen. Dus ja: duurzaamheid vraagt soms om (forse) extra investeringen, maar biedt ook veel mogelijkheden. Voor echt grote vraagstukken rond bredere verduurzaming heb je soms wat geld nodig.” 

Roald vult aan: “MVI is nog lang niet de standaard voor de grote massa aan inkopen, dat laten de cijfers duidelijk zien. De monitoring van de Circulaire Economie-transitie maakt bijvoorbeeld duidelijk dat er voor het thema ‘circulair’ nog veel ruimte zit tussen de gerealiseerde en de potentiële impact. In 2019 kochten de Nederlandse overheidsorganisaties voor 85 miljard euro producten en diensten in. Dat is 12% van de totale inkoop in Nederland. En de voetafdruk is dus groot: zo’n 22 megaton CO2-equivalenten, gebruik van heel veel grondstoffen en ook zeker land. Dat zien we ook in de recente spend- en impactanalyse overheden. Maar die analyse laat daarmee dus ook zien waar de grootste potentiële impact zit. Die informatie moeten we goed benutten.”

Hoe zorgen we dat we de doelen echt halen?

“Het helpt enorm als het heel transparant is of je je doelen haalt,” vindt Roald. “Door goed te monitoren of je je doelen haalt, kun je snel signaleren of je achterloopt én ook tijdig bijsturen.” Om dat te kunnen doen, ontwikkelde BZK een dashboard voor de duurzaamheidsdoelen van het Rijk. Roald: “Een beetje wortel en stok is niet verkeerd, we zijn de vrijblijvendheid voorbij. Als je niet bereikt wat je ambieert, moet je een tandje bij zetten óf verantwoording afleggen.” ‘Comply or explain’ heet dat in het nationale MVI-plan. 

Marieke ziet hierin ook kansen om elkaar te ondersteunen. “Het dashboard spiegelt, en ik hoop dat we elkaar erop aanspreken als de één gruwelijk achterblijft op doelstellingen die we samen hebben gemaakt. Daarin kun je elkaar ook hulp aanbieden. Zo helpen BZK en IenW bijvoorbeeld de collega’s van Defensie met een emissievrij wagenpark. Dat is een enorme uitdaging: het wagenpark van defensie is groot en vanuit veiligheidsoogpunt kan (nog) niet alles. IenW heeft hier veel ervaring mee, dus samen kijken we: hoe kunnen we hen over die hobbel helpen? Zo maak je samen meters.”

Wat hebben jullie tot nu toe geleerd?

Wat voor samenwerking tussen overheden geldt, gaat ook op voor de samenwerking binnen de rijksoverheid. Het blijkt daarbij effectief om duurzame stappen te zetten dichtbij het primaire proces, ziet Marieke. “Je ziet bij elk onderwerp dat sommige organisaties daarmee verder zijn dan anderen omdat het logisch bij hun processen past. Zo werd Defensie verantwoordelijk voor het verwerken van alle uniforms en bedrijfskleding, en verzorgt Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de catering voor het Rijk. Door met categorieën te werken en de inkoop rijksbreed op één plek te regelen, creëer je urgentie en massa.” 

“Ik ben er trots op dat we hebben besloten de CO2-prestatieladder allemaal te gaan gebruiken. Dat gaat zorgen voor veel beweging.” – Marieke van Wallenburg

Roald gelooft wel in een beetje gezonde concurrentie of ‘peer pressure’. “Ik herinner me dat oud-categoriemanager bedrijfskleding Rob van Arnhem een bijeenkomst organiseerde over circulaire bedrijfskleding. Daar waren ook veel mensen uit de zorgsector: een plek waar enorm veel bedrijfskleding wordt ingekocht. Zijn doel: ervaringen delen, en zorgen dat niet iedereen het wiel uitvindt. Prachtig.” Daarnaast wijst hij op de netwerken tussen overheidslagen en op de jaarlijkse KoopWijsPrijs-bijeenkomst. “Zo kunnen we elkaar inspireren, en dat realiseert resultaat.” “Marieke ziet ook een behoefte aan concreet handelingsperspectief. “Waar moet je beginnen? Daarom helpt het om een lerende organisatie te zijn, en om goede voorbeelden in de etalage te zetten. Dat roept trots op, en daar wil je bij horen. Niet alleen binnen het Rijk, maar ook daarbuiten.“

Waar zijn jullie nu trots op?

“Bij mijn regisserende rol past wel enige bescheidenheid,” vindt Marieke. “Maar toch: ik ben er trots op we het MVI-actieplan en de CO2-prestatieladder nu allemaal gaan gebruiken. Het klinkt theoretisch, maar dat gaat echt zorgen voor veel beweging. Voor mij is het hartstikke belangrijk dat ik rijksbreed zie dat alle ministeries het op die manier aanpakken. En op concreet niveau zijn er veel voorbeelden waar ik zelf minder mee te maken heb, maar wat wel trots maakt.” Ze somt in een razend tempo op: de dienstfietsen bij de Belastingdienst, stadsverwarming in gevangenissen in Dordrecht en Heerhugowaard, circulaire bouw van het Rijksvastgoedbedrijf en dus de Haagse Hub. 

Roald roemt zijn collega’s van IenW. “Ik ben trots op de vele verschillende projecten. Laatst was ik bijvoorbeeld bij een circulair viaduct in Kampen. Dat is gemaakt van blokken die hergebruikt kunnen worden en de levensduur van zo’n viaduct verdubbelen of zelfs verdrievoudigen. Ook weet ik dat de materialen van een gesloopt oud-Rijkswaterstaat-districtskantoor in Zeeland voor 80-90% is hergebruikt in de bouw van een lokale jeugd- en kinderkliniek. Mét inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat vind ik zo’n mooi voorbeeld van mensen in mijn eigen organisatie die enorm gemotiveerd zijn om het MVI-plan in de praktijk invulling te geven, en hopelijk inspireert dat anderen. Als we het goed doen met elkaar, is alles op grotere schaal toe te passen.”

Er gebeurt dus al enorm veel moois, tegelijkertijd is er meer nodig om de rijksbrede doelen te realiseren. Roald, wat zou je het Rijk daarvoor nog willen meegeven?

“Bij alles wat we inkopen, elke opdracht die we geven of als we starten met nadenken over een (inkoop)opdracht: gelijk duurzaamheid en circulariteit een plek geven. Maak het onderdeel van je denken vanaf dag één, en niet pas aan het eind,” zegt Roald vastberaden. “Eigenaarschap, zou ik dat noemen,” vult Marieke aan.

Wil je meer weten over wat de rijksoverheid doet om de bedrijfsvoering van het Rijk duurzamer te maken, kijk op www.denkdoeduurzaam.nl